De vergeten Defensie-innovatiemiljarden

Het kabinet wil flink sleutelen aan het innovatiebeleid, maar alleen als het geen geld kost – een recept voor teleurstelling. Gelukkig biedt de defensiebegroting een enorme kans.


Er is ook een onderwerp waar wél grotendeels politieke overeenstemming over is. Na de rapporten van Draghi en Wennink zijn veel politieke partijen het eens dat er beleid moet komen om het Nederlandse verdienvermogen te versterken.

Tegelijkertijd botsen de partijen tegen het almachtige construct van de Nederlandse begrotingsregels. Hiervan afwijken kost veel politiek wisselgeld. De huidige plannen die de eindstreep lijken te halen kosten daarom amper geld, zoals een fiscale maatregel die medewerkersparticipatie aantrekkelijker maakt, of belasten het begrotingssaldo niet (of beperkt), zoals de grote intensivering van 3-5 miljard euro voor de Nationale Investeringsinstelling, dat niet meetelt in het begrotingstekort.

Bij de plannen waar de portemonnee wél moet worden getrokken, wil de besluitvorming maar niet vlotten. Het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie dreigde vast te lopen bij gebrek aan (relevant) budget, een probleem dat in de Miljoenennota eindelijk lijkt te gaan worden opgelost. De ‘talentstrategie’ van het kabinet bevat van alles, behalve échte investeringen in onderwijs en onderzoek. En ook op de randvoorwaarden die centraal stonden in het rapport Wennink, zoals het volle elektriciteitsnet of de stikstofproblematiek, is de voortgang mondjesmaat.

Maar er is een uitweg. Er is veel geld vrijgemaakt om aan de nieuwe NAVO-doelstelling te voldoen. Een deel van dat geld is gealloceerd voor innovatie. Wie goed het regeerakkoord leest, ziet dat 10% van het defensiebudget wordt gereserveerd voor een ‘Nederlandse DARPA’.

Wordt dit plan werkelijkheid, dan is die ‘Nederlandse DARPA’ met gemak het grootste stuk innovatiebeleid dat Nederland ooit heeft gemaakt.

De Nederlandse DARPA

Het Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) is het agentschap van het Amerikaanse ministerie van Defensie dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van opkomende technologieën voor militair gebruik. De organisatie kreeg een bijna mythische status door haar betrokkenheid bij de ontwikkeling van het internet, GPS en vele andere sleuteltechnologieën. Door dit succes werd het ‘ARPA-model’ geëxporteerd naar andere beleidsterreinen in de Verenigde Staten, zoals energie (ARPA-E) en gezondheidszorg (ARPA-H) en naar defensie buiten de Verenigde Staten. Zo startte Duitsland in 2019 met Sprin-D en het Verenigd Koninkrijk in 2023 met ARIA.

Afgezet tegen buitenlandse ARPA-organisaties gaat het bij de nieuwe Nederlandse defensie-ARPA om veel geld (zie figuur). Het kabinet wil op termijn zo’n vier miljard euro per jaar besteden aan defensie-innovatie. Dit is 32 keer zoveel als de 125 miljoen per jaar die het kabinet voor dat andere initiatief, het Nederlands Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), in gedachten heeft. Ter vergelijking: het budget van het originele, Amerikaanse DARPA is ook zo’n vier miljard euro. De Duitse en Engelse kopieën zijn met jaarlijkse budgetten van rond de 200 miljoen euro een factor of twintig kleiner, terwijl die landen veel groter zijn dan Nederland.

Áls defensie al dit geld aan R&D zou besteden, dan wordt defensie de grootste speler in de Nederlandse publieke R&D. De directe R&D-uitgaven van de overheid bedroegen in 2024 9,7 miljard euro, waarvan zo’n 4 miljard via de universiteiten liep.

Maar wil defensie dit wel?

Over wat defensie van plan is, is helaas nog weinig bekend. In een eerste Kamerbrief hint het ministerie erop dat het geld deels zal worden gebruikt voor de inkoop van materiaal (‘opschalen van toepassingen’). Dat is iets heel anders dan een ARPA-organisatie en stimuleert hoogstens indirect innovatie.

En dan moet de Nederlandse DARPA nog zo worden ingericht dat hij effectief innovatie losmaakt. Waarom dat niet vanzelf zal gaan en waar defensie op moet letten, beschreven we in een recente column in ESB.

Alle inspanningen van Draghi en Wennink ten spijt, komt de grootste impuls voor ons innovatiebeleid dus voort uit de NAVO-norm. Nog nooit is er zoveel geld voor innovatiebeleid gereserveerd. Nu hoeven we het alleen nog voor innovatie te gebruiken.

Volgende
Volgende

Jasper J. van Dijk in de media over nieuw IIT-onderzoek