Nederland kampt met een krappe arbeidsmarkt en een begrotingstekort. Toch hanteert de overheid verlaagde btw-tarieven op arbeidsintensieve diensten, wat de arbeidsvraag opjaagt en jaarlijks ruim 1,3 miljard euro kost. Het afschaffen ervan speelt personeel vrij en levert budgettaire ruimte op.
Dit stuk is eerder gepubliceerd bij ESB als blog.
In 1999 ontvingen negen EU-lidstaten, waaronder Nederland, toestemming om te experimenteren met een lager btw-tarief voor ‘zeer arbeidsintensieve diensten’ om de werkgelegenheid te stimuleren. Ruim een kwart eeuw later ziet de wereld er anders uit. Tekorten aan arbeidskrachten vormen een van de “structurele problemen die het concurrentievermogen van Europa belemmeren” aldus de Europese Commissie. En het kabinet stelt dat personeelstekorten het verdienvermogen ondermijnen. Toch bestaan de verlaagde btw-tarieven uit het experiment nog steeds. Dat kost geld én schaarse arbeidskrachten.
Btw-gatenkaas
Wie in Nederland een goed of dienst koopt, betaalt belasting over de toegevoegde waarde (btw). Economisch is er veel te zeggen voor een uniforme btw. Je kunt, zo is het idee, beter de consument zelf laten bedenken hoe die zijn of haar geld graag uitgeeft, dan keuzes te sturen via de btw. Maar beleidsmakers vinden sommige goederen en diensten dusdanig maatschappelijk wenselijk dat ze een uitzondering maken.
Het gevolg is dat het reguliere tarief van 21 procent maar van toepassing op zo’n 38 procent van de totale consumptie. Op ruim een derde van de consumptie wordt überhaupt geen btw geheven, bijvoorbeeld op postdiensten, medische diensten of kinderopvang. En op ongeveer een kwart is een verlaagd btw-tarief van 9 procent van toepassing, zoals op eten, drinken, cultuur en dus ‘arbeidsintensieve diensten’ als kappers- reparatie- en restaurantdiensten.
Door deze vrijstellingen en verlaagde tarieven loopt de overheid geld mis. Een deel van de vrijstellingen is verplicht vanuit de Europese Unie, maar de vrijstellingen waar de overheid wél wat aan kan doen tellen nog altijd op tot zo’n 3 miljard euro. De verlaagde tarieven zijn goed voor 13,4 miljard euro, waarvan 1,3 miljard euro op arbeidsintensieve diensten. Kijken we alleen naar het sectorale arbeidsvraageffect van specifiek het verlaagde btw-tarief op arbeidsintensieve diensten, dan legt de overheid momenteel gemiddeld ruim drie ton aan gemeenschapsgeld neer voor één extra fte.
Afschaffen levert arbeidskrachten op
Er zijn drie wegen waarlangs het verlaagde btw-tarief voor extra arbeidsvraag zorgt. Ten eerste is er een sectoraal effect. Dit mechanisme beschreven wij eerder uitgebreid in een rapport, waarin we de sectorale effecten van overheidsbeleid in kaart brachten. Een lager btw-tarief voor kappers betekent een goedkopere knipbeurt, vaker naar de kapper, en dus meer werk voor kappers. Tenminste, als de belastingkorting in de prijs van een knipbeurt wordt doorberekend, klanten daarop reageren én er genoeg kappers zijn om de extra vraag op te vangen.
Ten tweede is er een generiek effect. Momenteel zijn mensen door het verlaagde btw-tarief goedkoper uit, waardoor ze geld over houden voor andere dingen. Deze extra uitgaven elders creëren weer op andere plekken arbeidsvraag. Bij een hoger tarief blijft er minder geld over voor die andere uitgaven, waardoor de arbeidsvraag daar juist afneemt.
Ten derde is er het effect van de terugsluis. Het extra belastinggeld kan de werkgelegenheid verhogen of juist geen extra arbeidsvraag opleveren, afhankelijk van de besteding: bij aflossing van de staatsschuld ontstaat niet per se extra arbeidsvraag, terwijl extra overheidsuitgaven aan bijvoorbeeld zorg of onderwijs de werkgelegenheid in die en verbonden sectoren verhogen. Ook een generieke lastenverlichting (‘terugsluis’) kan de arbeidsvraag stimuleren, doordat huishoudens daardoor meer te besteden hebben.
Het afschaffen van het dit verlaagde btw-tarief speelt dan ook schaarse arbeidskrachten vrij, zo blijkt uit een analyse van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het afschaffen van het verlaagde btw-tarief op restaurantsdiensten levert bijvoorbeeld per saldo ruim 6.000 FTE op; dat van kappers ruim 800.
Tegengaan ondergrondse economie
Naast het stimuleren van werkgelegenheid had het verlaagde btw-tarief als doel het terugdringen van de ondergrondse economie. Het idee: door de btw te verlagen wordt het prijsverschil tussen ‘zwart’ en ‘wit’ werk kleiner, wat het minder aantrekkelijk maakt om diensten in het zwarte circuit aan te bieden en af te nemen.
Maar uit evaluaties blijkt dat er weinig bewijs is dat de ondergrondse economie wordt teruggedrongen. Ten eerste omdat het verlaagde btw-tarief op de marge mensen ervan moet overtuigen diensten legaal aan te bieden of af te nemen - wie zich al in het ondergrondse circuit bevindt, zal door 15 procentpunt verschil waarschijnlijk niet geprikkeld worden om zijn of haar diensten ineens legaal aan te bieden of af te nemen. De Europese Commissie concludeerde in 2003 dan ook al dat de btw-verlaging voor wie uitsluitend in de ondergrondse economie werkt, “geen voldoende stimulans is”.
Ten tweede omdat de btw maar één oorzaak is van het prijsverschil tussen zwart en wit werk. Een veel grotere factor zijn bijvoorbeeld de werknemerspremies en de loon- en inkomstenbelasting, die niemand in het zwarte circuit afdraagt.
Tijd voor btw-corvee
De politiek is in aanloop naar de behandeling van het Belastingplan hard op zoek naar dekking. In die ingewikkelde puzzel, zijn fiscale regelingen (waaronder verlaagde btw-tarieven) veelbesproken en veel bekritiseerd. Het afschaffen ervan blijft moeilijk, omdat er steevast een lobby ontstaat voor het behoud ervan. De beroepsgroep die ervan profiteert, behoudt de regeling immers graag.
Toch lukt het schrappen van specifiek verlaagde btw-tarieven de laatste tijd af en toe. Zo schrapte het kabinet Schoof het verlaagde btw-tarief op hotelovernachtingen en stelde het kabinet Jetten in haar coalitieakkoord voor het verlaagde tarief op sierteeltproducten af te schaffen. In de Miljoenennota kwam daar het schrappen van het verlaagd tarief voor ballonluchtvaart en kleine brouwerijen bij.
Dat smaakt naar meer. In een land dat niet alleen geld, maar vóóral handen tekortkomt, is het afschaffen van het verlaagde tarief op arbeidsintensieve diensten een voor de hand liggende maatregel.

