De investeringsinstelling voor start- en scale-ups moet worden bevrijd van de verkeerde opdracht

Het kabinet-Jetten werkt aan een publiek-private investeringsinstelling om start-ups en scale-ups aan financiering te helpen. Maar deze instelling zou zich moeten richten op de echte vraagstukken van deze tijd: infrastructuur en de energietransitie, schrijven de economen Jasper H. van Dijk, Coen Teulings en Arnoud Boot.

Eerder verschenen in het FD (24 april 2026)


Snelheid en lef. Dat is wat wij nodig hebben om tot de koplopers in de it-wereld te behoren. Dat waren de woorden van Annemarie Jorritsma, minister van Economische Zaken, tijdens de opening van het Twinning Centrum in 1999. Twinning moest met ƒ105 mln startkapitaal, een combinatie van overheidsgeld en privaat geld, financiering aan start-ups verstrekken. Bij de start van Twinning werd in Den Haag verwezen naar de Verenigde Staten: in Nederland is in vergelijking met de VS minder durfkapitaal beschikbaar, wat juist startende it-bedrijven belemmert.

Ruim een kwart eeuw later is de probleemanalyse hetzelfde. Volgens Prins Constantijn van Oranje-Nassau, sinds 2016 Speciaal Gezant voor TechLeap.nl, gaan Nederlandse start-ups de strijd niet aan met de VS omdat geld ophalen moeizaam gaat. Het rapport van oud-ASML-ceo Peter Wennink roept daarom op tot een nieuwe nationale investeringsinstelling. Het kabinet-Jetten pakt die handschoen op en reserveert hiervoor €3 mrd tot €5 mrd.

Het is goed dat de politiek de schijnwerpers op start-ups en scale-ups zet. Deze bedrijven zijn over het algemeen innovatiever en daarmee belangrijk voor het Nederlandse verdienvermogen. Maar de rol van financier moet de overheid niet innemen. Overheden missen de expertise om investeringskansen te zien en beoordelen. In plaats daarvan worden ze ‘belobbyd’ door bestaande bedrijven, waardoor start-ups en scale-ups juist geen kans hebben en vernieuwing wordt belemmerd. Ondernemerschap is niet voor niets een activiteit voor de markt.

Voorstanders van de investeringsinstelling beweren net als ten tijde van Twinning dat er te weinig marktpartijen actief zijn. Start-ups zouden daarom gebrekkig doorgroeien. Een investeringsinstelling die kapitaal tegen gunstige voorwaarden verstrekt, is volgens hen de oplossing.

Het echte probleem

Net als toentertijd met Twinning is de logica ver te zoeken. De weinige doorgroei van start-ups heeft andere oorzaken, denk aan stikstof, netcongestie en beschikbaarheid van talent. En vooral, zoals door het Internationaal Monetair Fonds en het rapport van Enrico Letta benadrukt, de gefragmenteerde Europese interne markt. Het zijn de nieuwe bedrijven die willen doorgroeien die hierop vastlopen, en dat los je niet op met gesubsidieerde financiering.

Ook ten tijde van Twinning bleek financiering niet het echte probleem. Sterker: er was eerder te veel kapitaal beschikbaar. Veel financiers probeerden een graantje mee te pikken van de internethausse waardoor ook it-bedrijven met minder goede ideeën kapitaal kregen. Dit was onhoudbaar. In 2000 barstte deze internetzeepbel en veel start-ups, ook uit Twinnings portfolio, gingen over de kop. In 2003 trok Den Haag daarom de stekker uit het Twinning-project.

Beleidsmakers moeten zich dus richten op het bewerkstelligen van een echte Europese interne markt. Dat helpt deze nieuwe bedrijven. En kabinet, zet in op een open economie die internationaal talent trekt. Kortom: de overheid moet inzetten op dynamiek en de subsidiekraan links laten liggen. Succes trekt financiering aan, niet andersom.

Zodra we de investeringsinstelling bevrijden van de verkeerde opdracht, wordt duidelijk waar haar toegevoegde waarde wél ligt. Namelijk bij infrastructuur en belangrijke transities zoals die naar groene energie.

Coödinerende rol

In de energietransitie is er onzekerheid over richting en snelheid. Marktpartijen zijn hierdoor huiverig om hoognodige investeringen te doen. Een investeringsinstelling die op afstand van de politiek opereert, samenwerkt met private partijen en voor langere tijd financiert, geeft de markt duidelijkheid en vergroot het vertrouwen van investeerders. De investeringsinstelling heeft daarmee een coördinerende rol. Marktpartijen gaan dan meer investeren.

Wij zijn er voor Invest-NL in deze richting uit te bouwen. Hiermee kan een vliegende start worden gemaakt en wordt voorkomen dat weer een nieuwe instelling in de markt wordt gezet.

Laten we leren van het fiasco Twinning. Nederland moet niet dezelfde fouten maken en zich met €3 mrd tot €5 mrd in de private financieringsmarkt mengen. Er zijn grote transitieopgaven waar het geld goed tot zijn recht kan komen.

Volgende
Volgende

Iedereen haat de nieuwe box 3, toch gaat hij er komen